Vind ons op Facebook! Vind ons op Twitter! Vind ons op YouTube!
Meer info

Achtergronden en belang van het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap

Deze tekst is ontleend aan de Coalitie voor Inclusie (www.vnverdragwaarmaken.nl)

Mensenrechten
Bijna alle landen, 192 lidstaten van Afghanistan tot Zambia werken samen in de Verenigde Naties (VN). De VN werd opgericht in 1945 en werkt samen aan internationale vrede, veiligheid en mensenrechten, onder andere door daar bindende internationale afspraken over te maken. Dat begon met de Universele Verklaring voor de rechten van de mens in 1948, gevolgd door een verdrag over burgerlijke en politieke rechten (IVBPR) en het verdrag over economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) in 1966. Dit is de basis van de wereldwijde mensenrechten. Daarna zijn de rechten die hierin neergelegd zijn verder uitgewerkt in verdragen voor bepaalde groepen, zoals vrouwen (CEDAW), kinderen (CRC) en het Verdrag tegen rassendiscriminatie (CERD). Al deze verdragen hebben als doel om discriminatie en uitsluiting van bepaalde groepen tegen te gaan en gelijke kansen op een goed leven in de samenleving te realiseren. De landen die deze verdragen hebben geratificeerd, hebben toegezegd om daar actief mee aan de slag te gaan.

Discriminatie en uitsluiting vanwege handicap
Wereldwijd is meermalen vastgesteld dat mensen met een beperking vaak buiten gesloten en gediscrimineerd worden, vaker in armoede leven, vaker slachtoffer zijn van misbruik, mishandeling of uitbuiting, niet serieus worden genomen en minder kans hebben op een goede opleiding of werk dat bij hen past. Eerdere maatregelen zoals het VN jaar van gehandicapten in 1981, en de VN Decade van gehandicapten van 1983-1992 hebben daar weinig verbetering in gebracht. Ook de niet bindende Standaardregels betreffende het bieden van gelijke kansen voor gehandicapten, die de VN in maart 1994 aannam, hadden te weinig effect.

Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (CRPD)
Daarom hebben de Verenigde Naties besloten de rechten van mensen met een handicap vast te leggen in een nieuw verdrag. Op 13 december 2006 werd het Verdrag voor de rechten van mensen met een beperking door de VN vastgesteld. Een historische dag voor de 650 miljoen mensen met een beperking of chronische ziekte over de hele wereld. In dit verdrag hebben de landen niet alleen de mensenrechten van mensen met een beperking erkend, maar ook afgesproken wat er op allerlei vlak gedaan moet worden om te zorgen dat kinderen en volwassenen met een beperking net als iedereen een goed en actief leven kunnen hebben midden in de samenleving, en eigen keuzes kunnen maken.
Ratificatie
Inmiddels zijn er 147 landen die het verdrag geratificeerd, oftewel aangenomen hebben en bezig zijn met het realiseren van de afspraken die er in staan. Dat geldt ook voor bijna alle Europese landen en de Europese Unie. De actuele stand van zaken: http://www.un.org/disabilities/countries
Nederland heeft het VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking nog niet geratificeerd. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte2 is nu wel afgesproken om de CRPD te ratificeren. Uiterlijk juli 2015 wil het kabinet het VN-Verdrag geratificeerd hebben.

Wat moet Nederland doen?
Na de ratificatie is Nederland verplicht de afspraken in het CRPD uit te voeren, en zo van Nederland een inclusieve samenleving te maken waarin iedereen welkom is, gerespecteerd wordt en haar of zijn bijdrage kan leveren. Ongeacht of iemand naast vrouw, wit, bedrijfsleider, lesbisch en in Estland geboren ook blind is, met een psychische ziekte leeft, met krukken loopt, een onzichtbare chronische ziekte heeft, slechthorend is of een verstandelijke beperking en autisme heeft. Discriminatie en uitsluiting moeten bestreden en voorkomen worden. Wat moet er concreet gedaan worden?

• Bestaande wetten en regels moeten door de regering aangepast worden zodat ze voldoen aan het VN-verdrag. Sommige wetten moeten uitgebreid worden zoals de Wet gelijke behandeling op grond van handicap en chronische ziekte (WGBH/CZ). Daar moet een artikel in komen waarin staat dat alle goederen en diensten toegankelijk en bruikbaar moeten zijn voor mensen met een beperking. Dat betekent dat producten, bijvoorbeeld een laptop of telefoon, ontwikkeld moeten zijn zodat ze bruikbaar zijn voor iedereen, dat de gebruiksaanwijzing in verschillende leesvormen beschikbaar is, dat winkels, scholen, sporthallen en websites toegankelijk en bruikbaar moeten zijn, en dat pinnen of een brief in de bus doen mogelijk is voor iedereen.

• Ook bedrijven, woningbouwcorporaties en allerlei organisaties en verenigingen moeten zorgen dat hun gebouwen, kantoren, activiteiten, woningen en producten voor iedereen toegankelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan de krant, bank, bioscoop, klaverjasclub, tijdschriften, webwinkel, de trein of metro. En iedereen moet natuurlijk bij de huisarts, tandarts naar binnen en geholpen kunnen worden en bijeenkomsten van politieke partijen kunnen bijwonen. Op www.allestoegankelijk.nl staat meer informatie.

• Gemeenten moeten ook iets aan hun regels, procedures en aanpak veranderen om te zorgen dat ieder mee kan doen en welkom is. Dat geldt voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte zoals straten en pleinen, gebouwen zoals het gemeentehuis, politiebureau, scholen en de bibliotheek. En aan diensten zoals een paspoort aanvragen, een uitkering verstrekken of aangifte doen bij de politie. Voor mensen die doof zijn en gebarentaal spreken, is er dan bijvoorbeeld een tolk gebarentaal nodig. Verkiezingen, stemprocedures en stemlokalen moeten ook toegankelijk zijn.

• Bij alle maatregelen en activiteiten die de regering en de gemeente voorbereiden moet in een vroeg stadium nagedacht worden hoe de mensenrechten van mensen met een beperking gewaarborgd en beschermd kunnen worden.

• Mensen met een beperking en hun organisaties moeten daarbij geraadpleegd worden. Zij kunnen zelf hun ervaringen delen en waardevolle tips en adviezen geven hoe inclusie gerealiseerd kan worden. En duidelijk maken waarom het VN verdrag zo belangrijk is.