Vind ons op Facebook! Vind ons op Twitter! Vind ons op YouTube!
Jenny goldschmidt

Jenny E. Goldschmidt, emeritus hoogleraar Rechten van de Mens   



Het VN-Gehandicaptenverdrag creëert geen nieuwe rechten, maar geeft een nadere uitwerking aan bestaande algemene mensenrechten voor mensen met een beperking. Het Verdrag gaat uit van de menselijke waardigheid en van beginselen gebaseerd op inclusie, participatie, gelijkheid, toegankelijkheid en respect voor verschil, inclusief verschil tussen mensen met verschillende beperkingen.

Misschien wel het allerbelangrijkste aspect van het Verdrag zit in de omschrijving van het doel in het eerste artikel: het gaat om het feit dat mensen met een beperking worden belemmerd om volledig te participeren in de maatschappij, niet alleen omdat ze een beperking hebben, maar evenzeer omdat de maatschappij belemmeringen opwerpt. Het verschil tussen mensen wordt niet alleen bepaald door kenmerken van de mensen, maar het verschil wordt ook gemaakt door de manier waarop we de maatschappij inrichten (met onverwachte en onneembare obstakels op straat, met alarminstallaties die doven niet kunnen horen bijvoorbeeld) , door de manier waarop we omgaan met mensen met een beperking (iemand die doof is, is niet stom, iemand in een rolstoel, is geen kind waar je overheen praat).
Mensen met een beperking weten zelf het beste waar ze, soms letterlijk, tegenaan lopen. Het VN-verdrag is tot stand gekomen met intensieve betrokkenheid van de doelgroep en neemt in het hele verdere proces de participatie van mensen met een beperking serieus.

Dat vergt een verandering in denken, niet alleen van de officiële instanties die moeten leren luisteren naar mensen met een beperking, hen moeten betrekken bij het beleid. Het betekent ook dat deze groep een verantwoordelijkheid moet nemen om zelf duidelijk te maken wat er moet gebeuren, en dat kan alleen als je je verdiept in de achtergronden van het beleid. Niet alles wat je zou willen is mogelijk, want helaas groeien de bomen niet tot in de hemel. Wel kan je aangeven wat de algemene uitgangspunten zouden moeten zijn en hoe de verantwoordelijkheid beter verdeeld kan worden.
In het voorliggende manifest geven jongvolwassenen aan dat zij daartoe in staat zijn: vrijheid wordt gepaard aan verantwoordelijkheid, vertrouwen aan sancties bij misbruik. Daarmee geven zij aan verantwoordelijke burgers te zijn die recht hebben op een verantwoordelijke overheid.

Jenny E. Goldschmidt, emeritus hoogleraar Rechten van de Mens.     
Leiden, 4 mei 2015